Sevilla

De Visigoten
In het jaar 426 werd de stad ingenomen door de Vandalen, onder leiding van Gunderic, en in het jaar 441 door de Sueben onder leiding van Koning Rechila. Ongeveer 100 jaar later werden zij uit de stad verdreven door de Visigoten en hun koning Leovigild. Daarna volgde de opstand van zijn zoon, Hermenegild, die zich katholiek verklaarde, en daardoor een vijand van zijn eigen vader werd. Koning Leovigild werd dan ook opgevolgd door zijn andere zoon, Reccared I, die in 586 de troon overnam, waarna goede tijden voor Sevilla aanbraken.
De Moren en Vikingen
In het jaar 712 werden Sevilla, Medina-Sidonia en Mérida veroverd door de Moren onder leiding van koning Musa en zijn zoon Abd al-Aziz ibn Mussa. Vanaf dat moment veranderde Sevilla, samen met Córdoba in een van de belangrijkste steden ter wereld. Op 844 werd het Moorse Sevilla aangevallen door de Vikingen, die na hun mislukte aanvallen op Asturië, Galicië en Lissabon verder naar het zuiden waren afgedaald. Zij bestormden de stad gedurende zeven dagen, zonder succes, en verscholen zich daarna op het nabijgelegen eiland Isla Menor in de rivier Guadalquivir, wachtend op hulptroepen. Het machtige Moorse kalifaat Córdoba was hen echter voor, en op 11 november 844 begon een rampzalige strijd, waarin met name de Vikingen duizenden mannen verloren en zich uiteindelijk moesten overgeven. Zij die het overleefden, installeerden zich als boeren in nabijgelegen dorpen als Carmona en Coria del Río. De Vikingen probeerden overigens verschillende keren Sevilla alsnog te veroveren, in 859, 966 en 971, zonder succes.
De Moren gaven Sevilla de Arabische naam Ishbiliya, dat later veranderde in Shbiya, en waar ook het huidige Sevilla van is afgeleid. Onder het Moorse bewind groeide de stad zowel cultureel als economisch gezien enorm, en werd met dank aan de islamitische cultuur een van de belangrijkste steden van het rijk Al-Andalus, samen met Córdoba. Sevilla was hoofdstad van een van de vele taifarijken, en was daarvan van 1023 tot 1091 het machtigste. Rondom het jaar 1063 begon echter langzaam maar zeker de katholieke opkomst, en al snel werd de stad voor het eerst afhankelijk van het Rijk van Castilië. In de tijd van de Almohaden bouwde men in Sevilla onder andere de Giralda en het Alcázar. Aan het einde van de 11e eeuw werd de stad bewoond door de Almoraviden, die zorgden voor verdere economische groei. In 1248 werd Sevilla officieel terugveroverd door Castilië, onder leiding van de katholieke koning Ferdinand III.
De Joden van Sevilla
Tot de inwoners van Sevilla behoorden ook Spaanse Joden (Sefardim). Zij woonden daar al sinds Romeinse tijden en mogelijk zelfs eerder. Net als in de rest van Moors Spanje konden zij na de Moorse verovering van Sevilla in 712 in relatieve vrijheid leven, alhoewel hieraan een einde kwam ten tijde van de heerschappij van de Almohaden. De Joodse bevolking van Sevilla verwelkomde de Reconquista van Sevilla in 1248. Na de Reconquista konden de Joden van Sevilla in het begin in relatieve vrijheid leven. Maar naarmate de tijd vorderde, raakten zij steeds meer in de verdrukking. In 1391 sloeg het noodlot toe: nagenoeg de hele Joodse bevolking van Sevilla werd het slachtoffer van een pogrom. In 1492 werden de overgebleven Joden van Sevilla gedwongen Spanje te verlaten indien zij zich niet tot het christendom bekeerden. Zij die zich bekeerden, werden conversos of nieuwe christenen genoemd. Zij die ervan verdacht werden in het geheim hun Joodse geloof te blijven belijden, werden door de Inquisitie vervolgd. In 1502 werden de overgebleven Moren van Sevilla eveneens tot bekering gedwongen. Zij die zich bekeerden, werden morisken genoemd. De wijk “Santa Cruz” staat bekend als de oude Joodse wijk van Sevilla.
De Spaanse kolonisatie van Amerika
De Spaanse kolonisatie
De ontdekking van de Nieuwe Wereld door Christoffel Columbus in 1492 en het begin van de Spaanse kolonisatie was een zeer belangrijke gebeurtenis voor Sevilla. Vanaf dat moment werd het namelijk de belangrijkste haven tussen Europa en Amerika en de thuisbasis van de beroemde zilvervloot. Sevilla was al een van de belangrijkste havens van Spanje voor de handel met Vlaanderen en Italië. Een aantal jaar later werd de Real y Supremo Consejo de Indias in Sevilla gesticht door de Katholieke Koningen. Vanuit dit centrum werden alle ontdekkingsreizen, het transport van eventuele schatten en handelsrelaties met de Nieuwe Wereld georganiseerd. Door deze belangrijke rol groeide de stad, en telde rond het jaar 1500 al meer dan 100.000 inwoners. Het werd een van de meest ontwikkelde steden van Spanje, met mooie stenen straten en huizen. De stad trok handelaren, ontdekkingsreizigers en consuls aan vanuit heel Europa, de stad was nu immers de beste plek om te profiteren van de rijkdommen uit Amerika. Het archief van de Consejo wordt bewaard in het Archivo General de Indias. Door deze multiculturele invloeden groeide de stad ook op creatief gebied, met name de schilder- en beeldhouwkunst en literatuur droegen bij aan de Spaanse Gouden Eeuw. Ook industrieel groeide Sevilla, door de productie van nieuwe producten als zijde, zeep en keramiek, en de komst van meer dan 50 fabrieken.
De 17e eeuw
Door de grote wereldwijde macht van Spanje kwam in het jaar 1615 Hasekura Tsunenaga naar Sevilla, een Japanse ambassadeur. Zijn doel was handelsrelaties tussen Japan en Spanje aan te gaan. Aan het begin van de 17e eeuw begon de macht van Sevilla echter af te nemen, onder andere omdat het “Archivo General de Indias” werd overgenomen door de haven van Cádiz. Ook ondervond de stad last van de financiële crisis die zich over heel Europa verspreidde en werd geteisterd door verschillende overstromingen en de pestepidemie, waardoor naar schatting 60.000 mensen overleden, bijna de helft van de stadsbevolking. Op religieus gebied ontwikkelde Sevilla zich echter als nooit te voren, en in 1671 waren er meer dan 45 kloosters, bewoond door onder andere franciscanen, dominicanen, augustijnen en jezuïeten. Vanaf dat moment stond Sevilla wereldwijd bekend als “Tierra de María Santísima”, oftewel “Grond van de Heilige Maria”.
De 18e en 19e eeuw
De Franse invasie van het Iberisch Schiereiland strekte zich ook uit tot Sevilla, en de stad werd in 1810 bezet door Jozef Bonaparte, broer van Napoleon Bonaparte. Deze verovering verliep echter zonder gevechten en verlies van mensenlevens, maar baseerde zich op onderhandelingen. In 1812 kwam echter al een einde aan de Franse bezetting, door de tegenaanvallen van zowel Spanje als Engeland. De Franse koning verliet de stad, echter nadat generaal Soult Sevilla beroofde van een groot aantal kunstschatten. In de 19e eeuw werd begonnen aan het aanleggen van een spoorlijn in Sevilla, hiervoor was de vernietiging van het grote aantal stadsmuren nodig, en in deze periode begon dan ook de geografische stadsuitbreiding.
De 20e en 21e eeuw
In 1929 organiseerde de stad de Ibero-Amerikaanse Tentoonstelling, waarvoor het beroemde “Plaza de España” werd aangelegd. Sevilla werd ook slachtoffer van de Spaanse Burgeroorlog en de bezetting van dictator Francisco Franco, zij het in mindere mate dan Madrid en Barcelona.
Wat recenter, in 1992, organiseerde Sevilla een prestigieuze Wereldtentoonstelling. Een deel van de installaties die hiervoor werden gebouwd zijn veranderd in het grootste technologische wetenschapspark van Andalusië, het pretpark Isla Mágica en de beroemde brug Puente del Alamillo, ontworpen door Santiago Calatrava. Al sinds een groot aantal jaren wordt gewerkt aan de aanleg van een metronet in Sevilla.
In juni 2002 was Sevilla gaststad voor de Europese Raad; als reactie hierop ontstonden er verschillende protesten tegen de intensieve samenwerking binnen de Europese Unie. Sevilla is een politiek socialistische stad (PSOE). Na de Spaanse verkiezingen van 2004 had de socialistische partij een voorsprong van 30,4% op haar rivalen; dat was hoger dan in alle andere Spaanse steden. Tot grote schok van de PSOE is hieraan in mei 2011 een einde gekomen. Door de economische crisis in Spanje ontstond grote ontevredenheid onder de bevolking. Hierdoor werden de gemeentelijke verkiezingen voor de PSOE een nederlaag. Zelfs in het PSOE-bolwerk Sevilla won de PP (Partido Popular).
Bezienswaardigheden
Kathedraal; De vele historische straten. La Campana. La Maestranza, stierenvechtarena.
Giralda en kathedraal
Sevilla wordt door velen een ‘openluchtmuseum’ genoemd, en staat vol met historische monumenten, kerken, parken en palmtuinen, overblijfselen van vele verschillende culturen.
Een van de bekendste gebouwen van de stad is de kathedraal Maria de la Sede, het grootste kerkgebouw van Europa na de Sint-Pieter in Rome en de St Paul’s Cathedral in Londen en de grootste gotische kathedraal ter wereld. Het symbool van de stad, de “Giralda”, maakt er deel van uit. Deze 96 meter hoge klokkentoren was oorspronkelijk een Moorse minaret, ooit de hoogste ter wereld. Volgens de legende mogen er in Sevilla geen hogere gebouwen gebouwd worden. Op dit moment (juni 2011) is dan ook veel ophef ontstaan over bouwplannen in La Cartuja, waar het eerste gebouw zal verrijzen dat hoger is dan La Giralda. Een ander boegbeeld van Sevilla is het 14e-eeuwse paleis Alcázar, een belangrijk voorbeeld van Mudéjar-architectuur. Samen met het Archivo General de Indias staan de kathedraal van Sevilla en het Alcázar sinds 1987 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
De belangrijkste musea zijn het Archeologisch Museum (Museo Arqueológico), het Museum voor Schone Kunsten (Museo de Bellas Artes) met belangrijke werken van kunstenaars uit Sevilla, zoals Bartolomé Murillo en Francisco Zurbarán, en het genoemde museum Archivo de Indias, dat waardevolle documenten over de geschiedenis van het Amerikaanse continent bewaart. Een maritiem museum bevindt zich in de Torre del Oro (Goudtoren), een 13e-eeuwse wachttoren.
Een architectonisch monument is het beroemde Plaza de España, net buiten het historisch centrum, dat in 1929 werd aangelegd ter gelegenheid van de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling (Exposición Iberoamericana). Op het plein vindt men tweeënvijftig fresco’s, waarvan elk beschilderd is met typische afbeeldingen van de tweeënvijftig Spaanse provincies. Sevilla was in 1992 gaststad van Expo ’92.
Eten en drinken
Sevilla staat bekend om haar gevarieerde keuken, de grote hoeveelheid restaurants, barretjes en kroegjes en ook om het feit dat ze twee keer per dag een warme maaltijd nuttigen. De Sevillianen nemen echt de tijd voor het eten en houden van een apertitief en/of tapa vooraf.
Beroemd zijn “pescaito frito” (gebakken vis) “gazpacho” (koele soep met tomaten, komkommer, paprika, azijn, olijfolie en knoflook), “cola de toro” (gestoofde stierenstaart), “caracoles” ( slakken met saus) en “papas aliñás” ( gekookte aardappelen en eieren met uien, azijn en olijfolie).
De Sevillianen houden van zoet, lekkernijen zoals “torrijas” (gebakken brood met kaneelpoeder en honing), pestiños (gebakken deeg met honing) en “tortas de aceite” ( koeken met anijskorels en olijfolie).
Opvallend is dat de Sevillianen bijna allemaal tussen twee en drie uur eten en ook vaak gezamenlijk. De gewoonte is om na het middageten even te rusten, dat is de zogenaamde siësta en wordt (in de zomer) gehouden tot ongeveer zes uur.
De Spaanse stad Sevilla is in meerdere opzichten een bijzondere stad. Niet alleen is het volgens velen de mooiste stad van Spanje, ook behoort Sevilla tot de heetste steden van Europa. Opvallend detail in het straatbeeld van Sevilla zijn dan ook de doeken in de historische straten in het centrum van Sevilla. Deze doeken moeten voor schaduw zorgen, waardoor het gedurende de hete zomermaanden nog een beetje uit te houden is in de stad. Sevilla wordt wel eens een groot openluchtmuseum genoemd. Eigenlijk is de stad op zich al een grote bezienswaardigheid. Het Spanje zoals je dat uit andere steden herkent is hier gemengd met Arabische invloeden. Dat stamt uit de tijd dat de Moren de macht hadden in Sevilla. Sevilla is verder de stad van de tienduizenden sinaasappelbomen, de stad waar de flamenco ooit ontstaan is en de stad waar je tot middernacht van de heerlijke lokale keuken kunt genieten in de vele tapasrestaurants. Wie Sevilla bezoekt zal ongetwijfeld vallen voor de charmes van deze hoofdstad van Andalusië en het voorgoed in het hart sluiten.
Top 10 bezienswaardigheden van Sevilla
Giralda
De klokkentoren Giralda staat tussen de kathedraal Maria de la Sede en het groene plein ‘patio de los Naranjos’ in. ‘s Avonds is de toren goed te zien omdat hij dan verlicht is. In de 16e eeuw is het bovenste gedeelte toegevoegd aan deze toren. Er hangen maar liefst 25 klokken in de toren. Via een hellend pad zonder treden is het mogelijk boven in de toren te genieten van een spectaculair uitzicht over de stad. De Giralda is tevens het symbool voor de stad Sevilla.
Alcázar van Sevilla
Dit historische koninklijk paleis van Sevilla is een groot voorbeeld van de Mudejar architectuur. Nog altijd wordt het koninklijk paleis Alcázar deels gebruikt door de huidige koninklijke familie. De rest is voor het publiek toegankelijk, zo ook de indrukwekkende binnenplaats ‘patio de las Doncellas’ en de tuinen. Regelmatig zijn er verschillende exposities te bezichtigen.
TIP: vermijd de wachtrijen en koop vooraf skip-the-line tickets voor het Alcázar.
Kathedraal Maria de la Sede
De gotische kathedraal van Sevilla heeft een lengte van 127 meter en is 83 meter breed. Dit is met recht een grote kathedraal te noemen. Volgens kenners zou dit het grootste gotische kerkgebouw van de wereld zijn. Het interieur is zelf nog indrukwekkender dan de buitenkant doet vermoeden. Verschillende glasschilderingen, altaarstukken, grafmonumenten, schilderijen en diverse meesterlijke houtsnijwerken sieren deze magistrale kathedraal.
Museo Arqueológico
Het archeologisch museum van Sevilla biedt veel kunst en cultuur. Ongeveer alle facetten uit de oudheid komen aan bod. Delen van ruïnes zijn achter glas te bewonderen, juwelen uit de 6e eeuw en zelfs delen van huizen uit de 5e eeuw met mozaïekvloeren. Er zijn verschillende rondleidingen waarbij je eventueel door een gids begeleid kunt worden.
www.museosdeandalucia.es/cultura/museos/MASE/index.jsp?redirect=S2_3_1.jsp
Plaza de España
Eén van de meest bekende en belangrijke pleinen van Sevilla is het Plaza de España. Het plein heeft de vorm van een halve cirkel met in het midden een fontein. Aan de rand staan verschillende historische gebouwen. Hiervan is het meeste in gebruik door de overheid. Rondom het middenplein loopt een strook water, wat het plein een gezellige uitstraling geeft. Doormiddel van wat bruggen is het middenplein verbonden met de gebouwen aan de zijkant. Door zijn overweldigende voorkomen is dit plein in verschillende film gebruikt als decor. Een goed voorbeeld hiervan is de film ‘The Attack of the Clones’ van Star Wars II.
Torre del Oro
De vertaling van Torre del Oro verteld dat het gaat om een toren van goud. Deze toren is samen met de Giralda opgericht in de 12e eeuw. Het heeft zijn naam te danken aan de tijd dat hier vroeger veel goederen werden gelost, afkomstig van schepen uit de Amerikaanse koloniën. Later heeft de toren andere functies vervuld. Zo diende het als een opslagplaats, gevangenis en kapel. Tegenwoordig is er het maritiem museum gevestigd.
Santa Cruz
De meest bekende en toeristische wijk is de joodse wijk ‘Santa Cruz’. In deze wijk staat de belangrijke kathedraal van Sevilla met de Giralda klokkentoren. Veel bezienswaardigheden liggen op loopafstand, waaronder de Real Alcázar, Calle Santa Maria La Blanca en de Jardines de Murillo. In de smalle knusse straten van deze wijk zie veel huizen in de Andalusische bouwstijl. In de buurt zijn genoeg terrasjes en restaurantjes om je wandeling zo nu en dan met veel plezier te onderbreken.
Museo de Bellas Artes
Het Museum voor Schone Kunsten in Sevilla laat veel mooi kunstwerken zien uit de geschiedenis, maar ook van kunstenaars van nu. Er is met name wat werk te zien van de Spaanse meesters Velázques, Murillo en Zurbarán. Het museum zit in een voormalig klooster met de naam ‘Convento de la Merced Calzada’.
www.museodebellasartesdesevilla.es
La Maestranza
Een andere naam voor La Maestranza is Plaza de Toros, wat betekent ‘plein van de stieren’. Dit is de plaats waar de traditionele stierengevechten plaatsvinden. Het zeer grote complex biedt zitplaatsen voor vele duizenden mensen. In de arena bevindt zich ook een kapel waar de stierenvechters ‘matadors’ kunnen bidden voor een goede afloop.

Bron: Wikipedia